Ritalin maakte me niet normaal. Het gaf me voor het eerst rust.
Ze vertellen je nooit dat stilte pijn kan doen. Dat rust voelt als verlies. Dat het zwaar kan zijn om eindelijk te voelen hoe licht het leven óók kan zijn. Niemand had me voorbereid voor deze dag. De dag dat ik voor het eerst Ritalin nam.
Een pilletje dat als een deur voelde
Het begon met dat kleine, onschuldige, witte pilletje. Ik keek ernaar alsof het een deur was waar ik nog nooit doorheen had durven lopen.
Decennialang had ik mezelf wijsgemaakt dat ik gewoon zo was, dat iedereen zo was. Druk. Chaotisch. Te snel. Te veel. Mijn hoofd is als een achtbaan zonder remmen, zonder uitknop. Ik dacht dat dit het leven was. Altijd overleven. Altijd harder gaan dan ik eigenlijk kon.
Tot ik niet meer kon. Tot ik op een ochtend te moe was om de leugen nog vol te houden. Moe van mezelf. Moe van elke seconde vechten tegen een onzichtbare vijand. En dus nam ik het pilletje. Ritalin. Ik slikte het. En ik wachtte.
Stilte die brak
Wat er gebeurde, overviel me. Eerst was het alsof iemand heel zachtjes de ruis uit mijn hoofd draaide. En toen… stilte. Voor het eerst. Echte stilte. Geen botsende gedachten. Geen eindeloze loops. Geen gekakel. Gewoon… ruimte. En die ruimte brak me. Ik zat daar, op de bank. En ik deed niets. En dat was voor het eerst… genoeg.
Toen kwamen de tranen. Zacht. Dan heftig. Dan alles tegelijk. Niet van verdriet. Van opluchting. Van verbazing en misschien van spijt. Van gemis aan iets waarvan ik niet wist dat ik het altijd al had gemist.
Het jongetje dat altijd te veel was
In die stilte zag ik mezelf. Het jongetje dat altijd te veel was. Dat altijd het gevoel had dat hij te luid, te aanwezig, te anders was.
Het jongetje dat lui werd genoemd terwijl hij zich kapot werkte. En ik dacht: wat als hij dit eerder had gevoeld? Wat als iemand me toen had verteld… dat het niet mijn schuld was? Dat mijn brein anders werkte. Dat ik niet verkeerd was. Alleen… anders.
Misschien had ik mezelf minder vaak kapot gemaakt. Misschien had ik mezelf minder vaak tot stilte gedwongen, terwijl het lawaai in mij nooit stopte. Misschien had ik mezelf niet zó vaak willen ontvluchten.
Hoe neurotypische mensen leven zonder strijd
Want weet je wat niemand ziet?
Hoe neurotypische mensen moeiteloos leven. Hoe ze opstaan en zonder nadenken onder de douche stappen, hun haren wassen en hun tanden poetsen.
Geen stemmetjes die ze saboteren. Geen brein dat van elke simpele handeling een gevecht maakt. Geen chaos. Hun hoofd is… stil. Gewoon stil. Ze denken aan hun dag. Of aan niks. Ik ben daar jaloers op. Want voor mij is het elke dag een strijd. Elke simpele handeling is een berg die ik moet beklimmen. En zij? Ze wandelen gewoon.
Voor mij is Ritalin geen turbo, maar een rem
En dan zijn er nog de anderen. De mensen die mijn medicatie gebruiken als studiepil. Of als partydrug. Voor hen is Ritalin een turbo. Iets om harder te gaan. Sneller. Productiever. Voor mij is het een rem. Een filter. Een adempauze.
Ritalin gaf me voor het eerst… controle. Waar eerst alles wat ik dacht direct uit mijn mond kwam, kon ik ineens kiezen. De gedachten kwamen nog steeds. Maar ze bleven binnenin. Ik kon ze laten liggen. Ik hoefde ze niet meteen te delen. Ik kon… wachten. En dat voelde niet als onderdrukken. Dat voelde als vrijheid. Eindelijk.
Wanneer ik slecht voor mezelf zorg en mijn medicijnen niet neem, ontplof ik vanbinnen. Wanneer ik ze niet neem…Dan gaat het altijd dezelfde kant op. Dan duw ik alles weg, schuif ik alle prikkels aan de kant, totdat het te vol wordt. Totdat mijn hoofd als een overkokende pan explodeert. Mijn brein begint te tollen, alles wordt te veel. Mijn hart bonkt in mijn keel. Duister. Benauwd. Beklemmend. Blijven voelt ondraaglijk. Weggaan nog erger.
Ik wil sociaal doen, gezellig zijn, maar alles in mij zegt: ontsnappen. Niet aan anderen. Aan mezelf. Ik wil uit mijn eigen lijf stappen. Maar dat kan niet. En dat is het meest verstikkende van alles.
ADHD-medicatie is geen productiviteitspil
En dan die andere leugen. De leugen dat ADHD-medicatie er is om mensen als ik ‘beter’ te laten functioneren. Productiever te maken. Beter passend in het kapitalistische systeem dat ons alleen waardevol vindt als we bijdragen. Alles draait om presteren. Nooit hoor je iemand praten over de kwaliteit van het leven. Nooit over rust. Nooit over 240% minder kans op dementie. Over langer, gezonder leven. Over eindelijk innerlijke zachtheid voelen. Alles wordt geframed als: hoe kunnen we jou efficiënter maken?
Maar ADHD-medicatie hoort niet bedoeld te zijn om ons neurotypischer te maken. Het hoort bedoeld te zijn om ons leven lichter te maken. Om te zorgen dat we óók momenten van stilte hebben. Dat we óók adem kunnen halen in ons eigen hoofd. Niet om te presteren. Om te léven.
Het mooiste wat ik mezelf ooit gaf
Die dag, op de bank, besefte ik het. Ik was zo moe. Zo ongelooflijk moe van mezelf. Moe van een leven dat nooit vanzelf ging. Het was geen blijdschap. Het was iets veel groters. Vrede. Rust. Zachtheid. Ritalin heeft die dag niet alles opgelost. ADHD verdwijnt niet door een pil. Maar het opende wel een deur waarvan ik niet wist dat hij bestond. De deur naar mezelf. Naar stilte. Naar het besef dat ik ook recht heb op rust. En dat, besefte ik… Dat is het mooiste wat ik mezelf ooit heb kunnen geven.

